En de reis gaat naar… Vietnam

Al héél lang staat er een wens op mijn bucketlist: een vakantie op de motor. Er waren altijd bezwaren en daarnaast viel het niet mee om de juiste reis te kiezen. Zelfs al wil je off-road, ongeveer een week, ergens in een tropisch land, dan blijft er nog voldoende keuzestress over. Nadat ik mijn keuzestress met heel veel mensen heb gedeeld, krijgen we een telefoontje van Marco Brand: “Ik organiseer een extra Vietnam Hoogtepunten reis en ik ga zelf de reisbegeleiding doen, kunnen jullie vandaag laten weten of jullie mee gaan?”. Mijn man - Rolf - en ik riepen in koor: “Ja, we gaan mee!”.

Hanoi

We komen op donderdagmiddag 17 november in Hanoi aan en hebben een middag en avond om te acclimatiseren. De volgende dag staat er een etappe van 200 kilometer gepland. ’s Avonds gaan we voor het eerst met de groep eten, de groep is LEUK! We gaan een week op reis met 13 motorrijders en een reisleider, een monteur en een chauffeur door een niet-toeristisch gebied in Noord-Vietnam.

Ik ben blij als het vrijdagochtend is, we moeten vroeg op en ik ben bepaald geen early bird, maar nu spring ik vol enthousiasme om half zes! uit bed. We gaan rijden! Eerst moeten we natuurlijk allemaal een motor krijgen en met mijn 1.63 ben ik groter dan de gemiddelde Vietnamees, maar moet mijn motor nog wèl verlaagd worden. Ik ga rijden op een Yamaha XT met 125 CC. Thuis zou ik daar echt mijn neus voor opgehaald hebben. Er zit een leuk knettertje in de uitlaat zodat de rest van de groep de hele week op het gehoor weet: “Héé…daar komt Annelies aan”.

Van Hanoi naar Nghia Lo

Het eerste stukje van de route maakt me een beetje nerveus, hoe kom je zo’n stad uit waar het krioelt van de scooters met een zwaan-kleef-aan-rij van 14 motorfietsen? Marco heeft gezegd: “Het is de bedoeling dat jullie Vietnamees gaan rijden, dat houdt in: Je rijdt geen anderen aan, je bekommert je niet om wat er achter je gebeurt, je kijkt alleen naar voren en je toetert. De toeter is hier functioneel, dan weet iemand dat je eraan komt, het wordt niet als hinderlijk of asociaal beschouwd”. “O jaaa….en bij het inhalen van vrachtauto’s toeter je minimaal drie keer: als je erachter rijdt, als je ernaast komt en vlak voordat je voorlangs kruist, dan toeter je een beetje irritant, zodat de rijder denkt: Oké, oké….kom er alsjeblieft vóór”.
 
Al met al valt het reuze mee om Hanoi uit te rijden. We gaan op weg naar de bergen, maar om daar te komen moeten we over wegen met veel vrachtverkeer. Het inhalen van die vrachtwagens op van die smalle wegen met hier en daar een gat erin is toch nog wel een truc. We rijden keurig de hele dag zwaan-kleef-aan. En genieten van de geuren, de tafereeltjes (wat die Vietnamezen toch vervoeren op één scooter, het grenst aan het ongelooflijke) en het koffie drinken. De beste eettentjes hebben plastic kindermeubilair. Van die stoeltjes waarvan je denkt: “Ja hoor, maar die houdt het niet als ik erop ga zitten”. Na een paar dagen weet je niet beter.

Omdat we met zijn allen lekker vlot gereden hebben, vraagt Marco of we belangstelling hebben om een waterval te bezoeken. We rijden over een spannende brug met houten plankjes en moeten een vrij stijl off-road pad op. De eerste off-road sensatie in Vietnam bevalt gelijk erg goed. Marco gaat even vragen waar de waterval precies is, hij spreekt Vietnamees. De mevrouw des huizes en haar zoon gaan ons voor. Het wordt een klim- en klauterpartij. Matheu, één van onze groepsgenoten, glijdt uit …..languit in het water. Die is de komende dagen bezig met het laten drogen van motorkleding. Het resultaat van deze inspanning mag er zijn: een prachtige waterval.


Diner in Nghia Lo

Om half zes is het al donker als we in Nghia Lo aankomen. We zijn blij dat er bij ons hotel een leuk restaurant is en die eerste maaltijd onderweg wordt een hele ervaring. Om naar het restaurant te gaan, moeten we wel onze schoenen uit. Dat blijft toch wel een cultuurshock hoor, ook al heb je alleen maar teenslippertjes aan. In het restaurant zit een groepje jongelui die van een bergvolk genaamd de “witte Thai” zijn, er zijn geen stoelen, dus ietwat gegeneerd nemen we allemaal plaats op de grond. Vietnam telt officieel 54 verschillende minderheden. Deze minderheden zijn voor ons als toeristen erg interessant om te zien, vooral door hun bijzondere leefgewoonten en kleurrijke kleding.

Er worden bij ons kopjes op de tafeltjes gezet die net iets groter zijn dan een vingerhoedje. Ik zie dat de monteur een flesje water pakt en ik denk nog: “Wat krijgen we hier weinig water bij het eten”. Als ik het kopje wil pakken gebaart Marco dat ik nog even moet wachten. Er komt nog een klein ritueel van de monteur. Ahaaa….we gaan proosten en moeten daarvoor leren tellen in het Vietnamees. Het wordt 1-2-3-PROOST! Môt, hai, ba…VÔ! Vol overgave werken we een stuk of 10 borreltjes per persoon weg. Het is rijstwijn en ik zal er nog de hele nacht “plezier” van hebben. Ik besluit de volgende ochtend om NOOIT MEER rijstwijn te drinken.

Van Nghia Lo naar Sapa

Wij rijden verder naar het noorden, de route is vandaag 235 kilometer. We zijn nog maar net onderweg of Marco duikt zomaar een pad in dat naar een paar huisjes in een klein dal leidt. Wij gaan er keurig achteraan. Bij het laatste huis begint Marco een praatje. De mensen zijn hier buitengewoon gastvrij, we worden met zijn veertienen uitgenodigd voor de thee. Er blijkt een gezin in het huis te wonen van de Hmong-minderheid met 11 kinderen. De kinderen spelen buiten en krijgen van ons wat klein speelgoed. Wij mogen naar boven, naar de huiskamer, maar wel schoenen uit natuurlijk. We genieten van de onverwachte ontmoeting en de gastvrijheid.

Het landschap langs de route is adembenemend en ook de mensen die we zien lopen langs de wegen zien er geweldig uit. Regelmatig zien we langs de route een feesttent, er wordt hier volop getrouwd en bruiloften worden goed gevierd. Na een uurtje rijden stoppen we bij zo’n feesttent en we kunnen het bijna niet geloven, maar we worden met zijn allen uitgenodigd op de bruiloft. Het is echt de bedoeling dat we gaan eten en drinken……vooral veel drinken…..daar komen die vervaarlijke flesjes “water” weer tevoorschijn. Alle dames willen met ons proosten en we moeten die borreltjes ook echt opdrinken. Tot zover mijn goede voornemen. Misschien worden de rijstwijn en ik toch nog vrienden. Na het eten en drinken MOETEN we dansen…..we komen er echt niet onderuit. Afijn, zo erg is dat niet….we wagen onszelf op de dansvloer. Met hele moderne westerse muziek, dit is de volgende cultuurshock.

Anderhalf uur later beseffen we dat we voort moeten gaan maken, anders moeten we in het donker naar Sapa en we moeten de hoogste bergpas van Vietnam nog oversteken. We laten een gulle gift achter en we gaan er oehoehoehoerend hard vandoor helemaal nagloeiend van deze bijzondere gebeurtenissen: de thee en de bruiloft. Het wordt de gimmick van de rest van de week: “Marco….welke bruiloft doen we vandaag?”.

Vandaag mogen we ook voor het eerst “vrij rijden”. We spreken een punt af waar we allemaal stoppen en dan kunnen we allemaal ons eigen tempo rijden. Het rijden wordt nu nog leuker. We rijden Sapa binnen in het pikkedonker. Aan de ene kant jammer, want het is zo’n mooie plaats, aan de andere kant niet erg, want deze plaats is door haar ligging zo enorm toeristisch geworden. En dat heeft als schaduwzijde dat er bij elke stap die je zet wordt geprobeerd iets aan je te verkopen.

Van Sapa naar Bac Ha

Het is zondag en Marco bedacht zich dat er op zondag een hele leuke markt in de buurt van Sapa is, waar veel ‘minority people’ naar toekomen. We moeten dan wel een uurtje eerder op. Dus in plaats van om 07:00 ontbijt, gaan we om ZES uur ontbijten. En dat doen we graag. Het uitzicht vanaf het terras waar we ontbijten is adembenemend. De markt is fantastisch. Naast het koopwaar dat zo’n beetje op alle markten in Azië hetzelfde is en altijd weer leuk om te zien, zoals allerlei soorten kruiden, groente, potten en pannen is er hier ook veel kleding te koop. In al die fantastische kleuren die de bergvolken hier dragen. Als Rolf en ik bij een kraampje gaan zitten om wat te drinken worden de mensen helemaal enthousiast. Een groepsgenoot laat zijn haar knippen voor omgerekend vijftig cent. Rolf en ik volgen het ritueel dat er een levend varken verkocht wordt, die vervolgens in een kooitje achterop de scooter mee naar huis wordt genomen.

Daarna rijden we naar Lao Cai. De rode rivier is hier de scheiding tussen China en Vietnam. Aan de overkant zie je de hoge gebouwen van het relatief veel rijkere China. Omdat Marco even druk is en wij al aardig Vietnamees kunnen tellen, na al dat proosten, bestellen we zelf 14 koffie. Als Marco terugkomt vraagt hij: “Jullie hebben toch geen koffie besteld hè?”. “Jawel”, zeggen wij trots. “O neeeeee, dat gaat hier een uur duren, jullie krijgen een druppelaartje per persoon, het duurt ontzettend lang en het smaakt verschrikkelijk”. Oeps! In dit gebied moeten wij oploskoffie meenemen en heet water bestellen. Als de koffie uitgedruppeld is en wij nemen een slokje, besluiten we om dit afgewerkte olie te noemen. Het is pikzwarte drab en het smaakt echt VERSCHRIKKELIJK.

We nemen de binnendoorweg naar Coc Ly en die is echt geweldig voor de off-road liefhebbers. Veel stenen, veel hoogteverschillen en smalle paadjes. De volgauto gaat er uren langer over doen dan wij. Ik merk dat mijn off-road training me zelfvertrouwen geeft, ik rij lekker en geniet met volle teugen. Bij het allereerste stukje zand en stenen, maakte ik wel een foutje. De off-road training in Tilburg was erg leerzaam, maar daar is het plat. Ik vergeet op het eerste stuk te remmen en neem twee bulten die je eigenlijk apart moet nemen in één keer. Mijn motor vindt dat niet chill, de voorvorkkeerring is lek geraakt.

Vlak voordat we in Bac Ha zijn, praat Marco in een koffietentje nog met wat mensen over een mooi pad dat naar Bac Ha loopt. Maar we hebben nog weinig tijd voor het donker zal zijn. In het donker off-road rijden is misschien niet zo’n tof idee. Marco besluit om het pad optioneel te doen. Je mag achter de volgauto aanrijden over het asfalt of je mag mee het pad gaan zoeken. We moeten enorm zoeken om het pad te vinden. Maar we worden beloond met een supergaaf stuk off-road met hele steile hellingen die helemaal vol met puntige stenen liggen. Tsjonge, dit is echt wat ik als bucketlist punt wilde meemaken. Het is spannend en daardoor zo leuk!

De eetzaal in het hotel doet denken aan de tijd dat Vietnam nog communistisch was. Het is zo sfeerloos met metalen tafels en stoelen en TL-verlichting. Daarom besluiten we om in een restaurant aan de overkant te gaan eten, waar Rolf en ik de tactische fout maken om naast de monteur en de chauffeur te gaan zitten. Tien rijstwijn later, gaan we weer dronken naar bed en hebben de volgende morgen alweer een enorme kater. Ik vraag me af hoe die gasten mijn motor nog gaan maken. Het geleerde punt: we gaan niet meer naast de monteur en de chauffeur zitten, maar aan de andere kant van de tafel. En de volgende ochtend staat mijn motor als nieuw beneden in de garage. Ongelooflijk.

Van Bac Ha via Ha Giang naar Meo Vac

De uitzichten worden elke dag mooier. Wel veel asfalt vandaag, behalve het laatste stukje. Een pad waar we zo’n 20 minuten over doen van alleen off-road. Rolf heeft er zin in en scheurt ervan door. Ik roep nog: “Rolf je tas, Rolf je tas, Rolf je tas”. Maar hij luistert nergens meer naar. De tas schuift tergend langzaam tussen het spatbord en het wiel en het gevolg is een prachtig bandenspoor op de tas. Een mooie herinnering aan deze reis.

Ha Giang is een provincie stad, er is opeens weer veel verkeer en we zijn dat niet meer zo gewend. In het pikkedonker komen we aan bij ons resort. Ik heb er erg naar uitgekeken, want na alle eenvoudige accommodaties slapen we vandaag in een resort! Omdat we in zo’n luxe resort zitten proberen we eens een keer wat langer op te blijven, we halen 23:00 uur. We vermaken ons met spelletjes met de lege bierblikjes.

Vandaag hebben we de mooiste uitzichten van de reis. Heuvels en glooiingen, aparte kleuren. Rode en zwarte rotsen. De route is 200 kilometer, maar we ervaren het als “niet zo’n lange rijdag”. In deze regio zijn wij meer de bezienswaardigheid dan de volkeren die er wonen. Het gebied oogt steeds communistischer.

Van Meo Vac naar Ba Be

Vandaag wordt een lange en avontuurlijke dag. In de ochtend rijden we van Meo Vac naar Bao Lac, dit is een prachtige rustige route door een glooiend landschap bedekt met rijstterrassen. De groepsgenoten hebben het over regen, maar ik geloof ze niet. Ik hoop niet dat het gaat regenen, want vanmiddag hebben we een hele mooi off-road weg te gaan die als het regent onbegaanbaar wordt voor ons. De groepsgenoten krijgen helaas gelijk. Mijn jas is waterdicht, maar ik heb geen regenbroek bij me.

De regen komt met bakken uit de lucht. Het is het niveau van een tropische regenbui en het is ook nog eens koud. Hoewel ik nat ben tot aan mijn onderbroek maak ik me alleen maar druk over die off-road route van vanmiddag, want ik wil en ik zal dat pad rijden. In mijn hoofd doe ik de ene zonnedans na de andere. Ook op het asfalt is het vandaag niet prettig, de ene keer schuift mijn voorwiel onderuit in een bocht en de andere keer is het mijn achterwiel. Ik rij beroerd, ik ben nat en koud en vanavond slapen wij “bij de mensen thuis”. Ik zie mezelf al arriveren….helemaal doorweekt, en ik stel me voor hoe ik het huis van die lieve mensen helemaal vies maak met mijn natte, modderkleren. Bovendien heb ik buikpijn en ik denk dat die lieve mensen geen toilet hebben, maar dat het een gat in de grond zal zijn.

In de middag begint het plotseling onverwacht op te klaren. Niet te geloven….de regen is zomaar gestopt. En drogen terwijl je aan het motorrijden bent, gaat goed. De goede zin komt terug. Rolf en ik gaan weer op kop rijden en dat betekent dat we daarmee ook de extra taak hebben van het vinden van de route. Op een gegeven moment weten we het niet meer. De weg waar we op rijden loopt zomaar dood. En we rijden naast een rivier. We zien wel een bruggetje over de rivier, maar dan moeten we dwars door een huis heen rijden, dat is toch redelijk asociaal. Rolf heeft genoeg ervaring om door het water heen te rijden en ziet aan de andere kant beter dat het toch echt de bedoeling is om het bruggetje te gebruiken. Er blijken twee van die smalle bruggetjes te zijn. Als ik vraag aan een mevrouwtje of ik haar bruggetje mag gebruiken zegt ze dat ik tol moet betalen. Ik ben een beetje argwanend en denk dat ze er een slaatje uit probeert te slaan. Dus ik betaal niet. Even later arriveert Marco en die vertelt dat de mensen deze bruggetjes zelf bouwen en dat het normaal is om te betalen voor het gebruik van hun bruggetjes. Vol schaamte loop ik terug en betaal ik alsnog. Het mevrouwtje is zo dankbaar, ze bedankt me honderd keer en houdt minutenlang mijn hand vast. Ik schaam me diep de rest van de dag.
We moeten “de boot halen”. Ba Be ligt aan een meer en we moeten voor het donker over varen. Rolf en ik hebben de dag van ons leven, we moeten hard over dit off-road pad. Even later komen we weer bij zo’n bruggetje. Nu weten we hoe het werkt. Omdat de rivier hier nog wat spannender is, wil Rolf graag door het water. Hij vergist zich in de stroming en moet hard werken om richting de overkant te blijven rijden en dan…..slaat zijn motor zomaar af. Hij had zijn benen boven het stuur, maar nu zit er niks anders op, dan heel snel zijn benen in het water te laten plonsen om de motor rechtop te houden. Hij krijgt hem gelukkig snel weer aan de praat. Nu ben ik bijna droog en is Rolf tot aan zijn knieën doorweekt. Omdat niemand hier door het water durfde, heeft niemand medelijden. Even later legt Rolf onder het rijden zijn benen op het stuur, het water uit zijn schoenen krijg ik bijna in mijn gezicht.

We gaan met motorfietsen en al op de boot. Het zijn niet van die grote boten, de motoren moeten er achteruit opgeduwd worden, zodat ze er aan de andere kant makkelijk afgerold kunnen worden. Het is al behoorlijk schemerig, maar we hebben de boot gehaald. Aan de andere kant moeten we nog een kwartiertje rijden om onze homestay te vinden. Dat valt niet mee, want inmiddels is het pikkedonker en we rijden over smalle paadjes. We komen in onze homestay aan en dat is voor mij precies op tijd. Mijn darmen rommelen en maken rare geluiden. Ik moet echt naar de WC. En gelukkig zijn er normale badkamers met normale WC’s erin. Wat een mazzel! De homestay is een houten huis op palen en wat een geweldig huis. De mannen slapen op een slaapzaal, de dames krijgen een kamer en Rolf en ik krijgen “de bruidssuite”. Onze bruidssuite grenst aan de eetruimte. Dus de reistijd van onze kamer naar het diner is één seconde. We zitten nog maar net te eten als de stroom uitvalt en vlak voor de stroom uitviel ontdekten we dat we hier de snelste wifi van de hele reis hadden. Geen nood, wij blijken een aggregaat te hebben. Er begint een dieselmotor te pruttelen en wij hebben de hele avond stroom. Het is de laatste avond onderweg en het is ook één van de gezelligste avonden. We krijgen toch een beetje het “bonte avond” gevoel en we gaan nog even lekker dansen. Voor de chauffeur en de monteur zingen we “Tulpen uit Amsterdam”. En we doen weer regelmatig: “Mot-hai-bah….ZO!”. Morgen gaan we terug naar Hanoi en we kijken daar op geen enkele manier naar uit.

Van Ba Be naar Hanoi

Rolf ziet als hij naar de douches gaat, dat hij een lekke band heeft. Daar hebben we gisteravond helemaal niks van gemerkt. De monteur heeft het ook al gezien en is bezig met de reparatie. We moeten vandaag 210 kilometer rijden en nu zijn de mooie landschappen echt voorbij. Het enige hoogtepunt wat Marco ons nog in het vooruitzicht heeft gesteld is dat we in de donderdagmiddagspits door het centrum van Hanoi gaan rijden. Maar eerst moeten we maar eens naar Hanoi zien te komen.

Omdat Rolf en ik voorop rijden en op een gegeven moment een bord zien met daarop een teken van een snelweg en de naam Hanoi gaan we de snelweg op. Er begint een agent keihard op een fluitje te blazen, Rolf stopt, maar ik denk: “Volgens mij had ‘ie het niet tegen mij” en ik rij door. Rolf poeiert de agent af met een verwijzing naar Marco. En de rest van de groep zit inmiddels ook op de snelweg. We scheuren met de buik plat op de tank zo hard mogelijk - en dat is niet echt hard - naar Hanoi.

Plotseling zie ik bijna de hele groep rechts van de weg stilstaan bij een agent. Ook Rolf en ik worden aangehouden. Het is wachten op Marco, want er moet gecommuniceerd worden. Als Marco arriveert worden we met de hele groep van de snelweg af gezet. Er mogen alleen auto’s op de snelweg. Wij moeten een oprit in tegengestelde richting gebruiken en rijden als spookrijders de snelweg af, een ondenkbare actie in Nederland. Jammer, dat is een tegenvaller, nu moeten we over wegen waar we veel minder vaart kunnen maken.

Het binnenrijden van Hanoi is een bizarre ervaring. Zoveel scooters dat alle straten helemaal verstopt zitten en als je een millimeter ziet, dan moet je die pakken anders kom je niet vooruit. En toeteren….wat een herrie!
’s Avonds eten we in Hanoi voor de laatste keer als groep. We hebben echt een hele mooie reis gemaakt en ervaringen opgedaan alsof we een maand zijn weg geweest. We kijken uit naar de after party die op 11 maart 2017 zal plaatsvinden. We gaan een fotoboek maken en een film. En ik ga een reisverhaal schrijven….bij deze.

Bedankt voor het lezen. Groeten van Annelies Selling.


Facebook Twitter Youtube